Over motoriek

 

In het begin van mijn zoektocht naar informatie over hemiplegie kwam ik een folder van de BOSK tegen, met de titel …en de andere kant dan? Zonder te weten wat ons in de ontwikkeling van onze dochter te wachten stond, vond ik dit een motiverend en geruststellende tekst. Deze tekst is in verloop van tijd mijn leidraad geworden. Het geeft mij een extra stimulans in de dagelijkse omgang met Jessica.

Uit deze folder komen die volgende tekststukken:

  ….. en de andere kant dan?

Doordat een kind met een hemiplegie minder geneigd is om zijn aangedane zijde te gebruiken, zal het bewegingservaring missen. Het gevoel in de aangedane zijde kan anders zijn dan in de gezonde zijde. Kinderen kunnen over- of ondergevoelig zijn voor gevoelsprikkels aan de aangedane zijde. Het kind kan bijvoorbeeld aanrakingen vermijden, of ze juist gaan zoeken. De dosering van prikkels in  beiden gevallen niet goed, waardoor het kind over- of ondergeprikkeld raakt. ’t Gevolg hiervan is dat het kind niet leert hoe het op een adequate manier kan reageren op prikkels uit de omgeving.

Een baby ligt op z’n rug in de box en strekt toevallig zijn handjes naar voren. Hij ziet z’n handjes, vindt dat leuk en wil dat nog eens. Die beweging is nodig om iets te voelen of te zien. De baby kan dat eindeloos herhalen en leert daardoor veel over zijn eigen lichaam.

Dit noemen wij sensomotorisch spel. Het kind ontwikkelt in de leeftijd van 0-2 jaar voornamelijk met zijn spel de zintuigen en motoriek, die van elkaar afhankelijk zijn.

Het bewegen (motoriek) en het ervaren door te voelen (sensoriek) is zo belangrijk voor de ontwikkeling van een jong kind dat stoornissen hierin weer tot andere ontwikkelingsstoornissen kunnen leiden zoals bijvoorbeeld stoornissen in de ruimtelijke oriëntatie. Om een kind met een hemiplegie voldoende bewegings- engevoelservaring te laten opdoen en het een zo normaal mogelijk ontwikkeling te laten doorlopen, is het belangrijk dat het kind de aangedane zijde zoveel mogelijk gaat gebruiken.

Een gezond kind zal met twee handen naar de fles grijpen, terwijl een kind met eenhemiplegie dit zoveel mogelijk met de niet aangedane hand zal doen. Hierdoor raakt de hemiplegische zijde steeds minder betrokken bij de activiteiten en zal het kind abnormale bewegingspatronen laten zien zoals bijvoorbeeld billen schuiven, gesteund op de voorkeurshand.

In de activiteiten van het dagelijks leven is het heel goed mogelijk uw kind op een adequate manier te stimuleren zonder dat u een soort ‘therapeut’ wordt.

Activiteiten die het kind uit zichzelf doet bieden voldoende aanknopingspunten hiervoor.

Spelen/spelmateriaal

Voor kinderen met een hemiplegie is geen ander speelgoed nodig dan voor andere kinderen. U kunt het gewoon in de winkel kopen. Het kan soms wel nodig zijn het speelgoed iets aan te passen en u kunt bij de aanschaf van speelgoed rekening houden met het onderstaande.

Een kind met een hemiplegie heeft de neiging om alleen de niet aangedane hand of arm te gebruiken, het ‘vergeet’ als het ware een kant van het lichaam. Dit kunt u beïnvloeden door speelgoed aan te bieden waarbij het kind uitgelokt word om twee handen te gebruiken. Dat kunnen bijvoorbeeld grote, lichte voorwerpen zijn van zacht materiaal of voorwerpen met uitsteeksels zodat het kind het speelgoed makkelijk vast kan pakken, bijvoorbeeld een lappenpop, zacht plastic speelgoed of andere vormen. Geluiden, (felle) kleuren en vormen kunnen ook helpen de aandacht van het kind te trekken.

Doe eens een armbandje met een belletje eraan aan het aangedane armpje en/of voetjes. Daarmee bereik je dat het kind deze kant niet ‘vergeet’. Maak speelgoed vast aan bed of box, zo heeft het kind het speelgoed beter onder handbereik. Het maakt niets uit waar het kind mee speelt, als er maar iets te zien, horen, proeven, ruiken of voelen valt.

Sommige spelletjes zijn vrij gemakkelijk zelf aan de passen door bijvoorbeeld grote knoppen of handgrepen op puzzelstukken te zetten.

Stoffen zakjes gevuld met rijst, bonen of ander materiaal dat ritselt of rammelt kunnen ook een uitdaging zijn.

Soms zult u het kind moeten helpen om het speelgoed vast te pakken. Dit kunt u doen door het duimpje los te maken uit de hand, de hand te openen en het speelgoed erin te stoppen.

Voor de volledige versie van de folder: ’…en de andere kant dan?’, verwijs ik naar de Uitgever: Landelijk bureau BOSK Postbus 3359 3502 GJ Utrecht Tel: 030-2459090 Fax: 030-2313872 e-mail: info@bosk.nl

Link van BOSK waar deze en andere folders besteld kunnen worden.